Een flexibele arbeidsmarkt is zo verkeerd nog niet

‘DE VRAAG IS OF DE WERKNEMER BLIJ IS MET DE PLANNEN VAN HET KABINET’

Prinsjesdag 2020 verliep anders dan anders. Ingetogen. Stil. Somber. Maar de boodschap was optimistisch: “… we komen er uiteindelijk weer bovenop. Sterker en weerbaarder.”

Niks geen bezuinigingen, maar extra investeringen in het onderwijs, bij de politie en bij defensie. Economische groei in 2021, lastenverlichting voor iedereen en stijging van de koopkracht. Ondanks het feit dat we in de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog zijn beland, trekt de Nederlandse overheid haar portemonnee. In tegenstelling tot de Nederlandse calvinistische identiteit (of is dat alleen maar ons imago?) gaan de remmen los.

De overheid wil ook graag investeren in banen, want een hoge werkloosheid is in de ogen van velen een doemscenario. Een belangrijk onderdeel daarvan is het beschermen van de flexwerker en zzp’er en het aantrekkelijker maken om werknemers een vast dienstverband aan te bieden. Maar, zoals u vast weet, kennen we in Nederland een gesloten ontslagstelsel. Dit betekent dat een werkgever op basis van de in de wet opgesomde omstandigheden kan besluiten om een arbeidsovereenkomst te beëindigen. Andere opties zijn er niet. In het streven naar hervorming van de arbeidsmarkt, is de wet dit jaar gewijzigd, zodat niet één volledige grond, maar ook een combinatie van verschillende omstandigheden de grondslag kan zijn. Deze zogenoemde cumulatiegrond werd in advocatenland al snel betiteld als de cocktailgrond. Maandenlang keek ik reikhalzend uit naar de eerste uitspraken op deze grond, maar tot toewijzing van ontbindingsverzoeken kwam het tot nu toe niet snel en vaak. Mijn (voorlopige) conclusie: het recept voor de cocktail(-grond) is geen garantie voor een geslaagd resultaat.

Het beleid van de overheid biedt de werknemer ogenschijnlijk meer zekerheid, maar in mijn praktijk zie ik een averechts effect. Werkgevers zijn soms huiverig om personeel een vast contract aan te bieden en er zijn werknemers die zelf de voorkeur geven aan flexibiliteit. De vraag is dus of de werknemer blij zal zijn met deze “steun”. Het DNA van een succesvolle ondernemer bestaat onder andere uit een groot verantwoordelijkheidsgevoel en toewijzing aan de medewerkers. Daar komt bij dat een werknemer na één dag werken recht heeft op een transitievergoeding. Dit geldt ook tijdens proeftijd of bij het niet verlengen van een tijdelijk contract. Het is soms moeilijk uitleggen, maar wel de realiteit.

Een flexibele arbeidsmarkt is zo verkeerd nog niet. Alleen dan kunnen we investeren in werkgelegenheid. Ik adviseer u graag over een passende oplossing.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.