VERRASSINGEN HEBBEN ALTIJD IMPACT

‘DAAR GINGEN ZIJN SPAARCENTEN DIE BESTEMD WAREN VOOR ZIJN PENSIOEN’

Vol ongeloof staarde hij mij aan: de 68-jarige woningstoffeerder die zijn hele leven hard gewerkt had en nu de knoop had doorgehakt: hij ging met pensioen. Zijn medewerkers maakten aanspraak op een transitievergoeding. Maar dat was bij een bedrijfsbeëindiging toch niet aan de orde?

Tien jaar daarvoor had hij een goedlopend bedrijf in de woning-inrichting en zo’n dertig medewerkers in dienst. Dat bedrijf had hij verkocht, maar stilzitten was niets voor hem. Hij begon als zelfstandige. Al snel kon hij de vele opdrachten niet meer in zijn eentje bolwerken en nam hij een aantal medewerkers in dienst. Ze beleefden goede jaren met elkaar. De laatste jaren waren er wat (financiële) tegenvallers. Het was mooi geweest, hij wilde er een punt achter zetten. Een koper was er niet en ook de medewerkers hadden geen interesse om de zaak over te nemen.

Maar nu claimden de medewerkers dus een transitievergoeding. Hij kwam bij mij met het idee dat ze daar geen recht op hadden. Maar dat hadden deze medewerkers dus wél! De transitievergoeding is een wettelijke verplichting, ook bij bedrijfsbeëindiging, ongeacht het aantal werknemers. Per 1 januari 2021 wordt dit anders maar daar had deze ondernemer nu niets meer aan. De zaak was al dicht. Daar gingen zijn spaarcenten die bestemd waren voor zijn pensioen. Een onaangename verrassing. Eentje met impact. Overigens hebben verrassingen, aangenaam of niet, voor mij altijd impact. Ik houd er simpelweg niet zo van; bij voorkeur heb ik zelf de touwtjes in handen 😉.

Wat ook impact heeft, is de uitspraak van de Hoge Raad van 6 november jl. over de vraag of er wel of niet sprake was van een arbeidsovereenkomst. Zeker in de media. RTL kopte: ‘Arbeidsrelatie zzp’er op losse schroeven: Contract niet langer leidend’ en de NOS deed verslag met ‘Hoge Raad: zzp-overeenkomst telt niet, het gaat om de praktijk’. Het ging hier om een zaak waarbij een vrouw onbetaald werkte met als doel haar kans op terugkeer naar de arbeidsmarkt te vergroten. Maar volgens de vrouw deed ze hetzelfde werk als collega’s die een arbeidsovereenkomst hadden, dus eiste ze die ook. De Hoge Raad besloot dat voor de kwalificatie de bedoeling van partijen niet van belang is. Van belang zijn de rechten en verplichtingen die partijen overeengekomen zijn en de uitvoering daarvan.

Het is dus oppassen geblazen bij het inhuren van zzp’ers. Want zelfs als opdrachtgever en opdrachtnemer samen besluiten dat ze geen arbeidsovereenkomst willen aangaan, kan er dus toch sprake zijn van loondienst.

Mijn advies: duidelijke afspraken maken, vastleggen in een goed contract én zorgen dat dit alles overeenkomt met de praktijk. En de conclusie van beide situaties? Laat u op voorhand goed adviseren. Sommige keuzes hebben meer impact dan op voorhand wordt gedacht. Alleen op die manier voorkomt u onaangename verrassingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.